Leerlingbegeleiding
Mentor Elke klas krijgt aan het begin van het schooljaar een mentor toegewezen. Deze docent is voor dat schooljaar belast met de zorg voor de leerlingen van die klas. De mentor is er verantwoordelijk voor dat alle leerlingen van de klas zich prettig voelen in die groep en op school en grijpt in als dat nodig is. Ook houdt de mentor de resultaten in de gaten. Als dat nodig is, praat hij/zij hierover met de leerling. Wanneer daar aanleiding toe is zal hij/zij ook contact opnemen met de ouders. Voor de ouders is de mentor het eerste aanspreekpunt van de school. Ouders kunnen met hem/haar contact opnemen als zij vragen hebben of iets willen doorgeven van gebeurtenissen thuis die van belang kunnen zijn voor school. Dat kan telefonisch, maar ook via de e-mail. Het e-mailadres van de mentor is zijn/haar drie lettercode gevolgd door @teylingen-college.nl. De mentor begeleidt, organiseert, informeert en noteert de belangrijkste zaken in het leerlingvolgsysteem. In de onderbouw geeft de mentor ook de mentorlessen. In de eerste klas staan die lessen voornamelijk in het teken van leren leren en de leerlingen goed met elkaar om leren gaan. In het tweede leerjaar besteedt de mentor in deze lessen vooral aandacht aan het kiezen van een vakrichting voor het derde leerjaar.
Kernteams De KTS is opgedeeld in vier kleinere deelscholen: • deelschool leerjaar 1; • deelschool leerjaar 2; • deelschool bovenbouw Techniek; • deelschool bovenbouw Consumptief + Technomavo4u. Aan het hoofd van elke deelschool staat een coördinator. De coördinator overlegt wekelijks met de adjunct-directeur over alles wat er in de deelschool speelt. Iedere deelschool heeft zo min mogelijk verschillende docenten. Met andere woorden: bij het verdelen van de lessen proberen wij de docenten zoveel mogelijk in dezelfde deelschool les te laten geven. Daarmee proberen wij het aantal docenten dat aan een klas lesgeeft, zo klein mogelijk te houden. Dat geeft een beter contact en ook rust. De deelschoolcoördinatoren zijn: • voor leerjaar 1: mevrouw D. van Holstein; • voor leerjaar 2: de heer Westgeest; • voor de bovenbouw Techniek: de heer P. van der Hulst; • voor de bovenbouw Consumptief en Technomavo4u: de heer A. Houwaart.
Remediale hulp De KTS doet er alles aan om de deskundigheid van de docenten te vergroten en te verbeteren. Want de begeleiding van de meest voorkomende gedrags- en leerproblemen moeten zij zelf binnen hun eigen lessituatie aan kunnen pakken. Soms zijn de problemen daar te groot voor. In die gevallen heeft de KTS remediale hulp buiten de klas. Er is maar beperkte tijd beschikbaar om deze leerlingen in zeer kleine groepjes extra aandacht te geven. Het gaat daarbij dan vooral om problemen met de basisvaardigheden in rekenen en taal.
Dyslexie. De KTS besteedt veel aandacht aan dyslectische leerlingen. Wij doen dat aan de hand van het ‘Dyslexieprotocol voortgezet onderwijs’. In dit landelijk geldende protocol staat beschreven welke begeleiding en maatregelen leerlingen met een dyslexieverklaring nodig kunnen hebben. De dyslexiecoördinator van de KTS, mevrouw Q. Bosma-van Steijn, neemt samen met twee dyslexiecoaches deze taak voor haar rekening. Iedere dyslectische leerling krijgt een dyslexiekaart en een dyslexiecoach. Deze docent heeft ten minste twee keer per schooljaar een gesprek met de leerling. Dan wordt besproken of de leerling tegen problemen aanloopt en of alle maatregelen die op de kaart staan nog nodig zijn. Dat kunnen compenserende en/of dispenserende maatregelen zijn. Compenserend wil zeggen dat een leerling bv. een overhoring of toets schriftelijk maar ook mondeling gedaan kunnen worden. Dispenserend kan zijn dat niet alle spellingfouten in een toets worden gerekend. Bij problemen zal de dyslexiecoach met de leerling doornemen hoe hij/zij dat probleem met een docent kan bespreken. Lukt dit niet dan zal de dyslexiecoach het probleem met de docent gaan bespreken. Een speciaal onderdeel van de dyslexiebegeleiding is de pilot “ Kurzweil”. In dit project werkt een (nog beperkt) aantal leerlingen met een laptop waarop het spraaktaalprogramma Kurzweil is geïnstalleerd. Daarmee werken deze leerlingen niet alleen in de klas, maar ze maken er thuis ook hun huiswerk op. Ook bij het examen krijgen de dyslectische leerlingen de mogelijkheid gebruik te maken van een spraaktaalprogramma.
Lees meer
Leerlingenbegeleiding De KTS heeft een zorgplan waarin staat hoe de leerlingenzorg geregeld is en wie zich daarmee bezig houden. Wekelijks hebben de adjunct-directeuren overleg met de coördinatoren van hun deelscholen. Als dan blijkt dat een leerling om de een of andere reden niet goed in zijn vel zit of wat gedrag betreft steeds meer opvalt, wordt dat doorgegeven aan één van de twee leerlingenbegeleiders. Deze gespecialiseerde docenten (één voor de onderbouw en één voor de bovenbouw) praten met de leerlingen en proberen de oorzaak van het probleem te achterhalen. Vaak zijn daar een aantal gesprekken voor nodig. Als blijkt dat de problematiek te ingewikkeld of te zwaar is voor de leerlingenbegeleiders wijzen zij hem/haar door naar het Jeugd Maatschappelijk Werk (JMW), het Jongeren Preventie Project ( JPP) of het Zorg- en Adviesteam (ZAT).
Leerlingencoach/Jeugd Maatschappelijk Werk (JMW) Iedere woensdagochtend is de leerlingencoach, Tosca Bartman, op de KTS. Zij is Jeugd maatschappelijk Werker en praat met leerlingen die naar haar verwezen zijn. Een leerling kan ook op eigen initiatief contact met haar opnemen. Dit kan zonder toestemming van de ouders. In drie gesprekken probeert zij samen met de leerling te kijken hoe het probleem aangepakt kan worden. De leerling krijgt daarbij een actieve rol. Lukt het niet in drie gesprekken tot een oplossing te komen, kan de leerlingencoach de leerling voorstellen verder te gaan in het Jongeren Preventie Project (JPP).
Jongeren Preventie Project (JPP) Het JPP is ook onderdeel van het Jeugd Maatschappelijk Werk. De begeleider van het JPP neemt voordat hij/zij aan de slag gaat, contact op met de ouders van de leerling. Zij moeten toestemming geven omdat ook zij bij de oplossing van het probleem betrokken zullen worden. De begeleider van het JPP praat zes keer met de leerling en/of zijn ouders. Vaak lukt het dan het probleem voor het grootste deel op te lossen. Lukt dat niet, dan geeft de JPP-begeleider het advies contact op te nemen met instanties als Bureau Jeugdzorg.
Zorg- en Adviesteam (ZATeam) Het Zorg- en Adviesteam is een overleg tussen vertegenwoordigers van de KTS met de jeugdarts van de GGD, de leerplichtambtenaar van het RBL (Regionaal Bureau Leerplicht), een medewerker van Bureau Jeugdzorg, een maatschappelijk werker en de leerlingencoach. Het ZATeam komt één keer in de zes weken bij elkaar. In het ZATeam worden leerlingen besproken die bij één van de instanties onder behandeling zijn. Er wordt over en weer informatie uitgewisseld om zo te komen tot afspraken over een gezamenlijke aanpak. Ook kan de school in het ZATeam anoniem advies vragen over een mogelijke aanpak van een probleemleerling. Een leerling kan alleen in het ZATeam besproken worden als zijn ouders daar schriftelijk toestemming voor hebben gegeven.
Jeugdarts van de GGD De jeugdarts van de GGD komt wekelijks naar de KTS om leerlingen van de tweede klassen te onderzoeken. Dit is het laatste periodieke geneeskundige onderzoek in de reeks die bij de geboorte begonnen is. Voorafgaand aan dit onderzoek wordt aan de ouders gevraagd of zij bezwaar hebben tegen dit onderzoek en vullen de leerlingen een vragenlijst in. Na afloop bespreekt de jeugdarts de bevindingen met de coördinator van het tweede leerjaar en de mentor van de klas. Natuurlijk houdt de jeugdarts zich hierbij aan de grenzen van het beroepsgeheim. De jeugdarts kan de school op basis van de bevindingen –gevraagd en ongevraagd- advies geven. De jeugdarts van de KTS is mevrouw I. Everhardus. Je kunt haar bereiken via de GGD Hollands Midden, postbus 121, 2300 AC Leiden of telefonisch via 071-516 35 63 of 06-200 502 73. Haar e-mailadres is ieverhardus@ggdhm.nl
Vertrouwenspersoon Een leerling die een probleem heeft en die daar graag eens met iemand over wil praten, kan naar een docent stappen bij wie hij een luisterend oor verwacht. Dat kan in principe iedere docent op de KTS zijn. Deze docent weet wat hij wel en niet kan toezeggen als hij met de leerling in gesprek gaat. De KTS heeft ook een vertrouwenspersoon bij leerlingen terecht kunnen om over problemen te praten die zij niet direct met hun ouders of medeleerlingen kunnen bespreken. Ook ouders kunnen bij de vertrouwenspersoon terecht voor zover het zaken betreft die met school of een medewerker van school te maken heeft. De vertrouwenspersoon begeleidt ouders en leerlingen bij het indienen van een mogelijke klacht. De vertrouwenspersoon van de KTS is mevrouw D. van Holstein . De stichting Fioretti Teylingen heeft ook een externe vertrouwenspersoon. Dat is de heer drs. H. van Mierlo, Zeeweg 109, 2224 CD Katwijk ZH, t (071) 401 30 76
Peersupport. Op de KTS werken wij al enkele jaren heel succesvol met het project ‘Peersupport’. Dit houdt in dat oudere leerlingen zich op verschillende manieren inzetten om hun leeftijdsgenoten en schoolgenoten te helpen. Bij ons gebeurt dat op drie manieren: • Peerleading. Derdejaarsleerlingen treden op als begeleiders van leerlingen in de eerste klassen. Zij assisteren de mentor tijdens de introductiedagen en maken de nieuwe brugklassers wegwijs in de school. In de loop van het schooljaar komen zij regelmatig in de klas praten of alles goed gaat. • Peercoaching. Vierdeklassers assisteren een docent bij bepaalde praktijklessen bv. praktische sectororiëntatie. • Peermediation. Vierdejaars leerlingen die bemiddelen bij problemen tussen jongeren onderling. Zij hebben daarvoor een intensieve training gekregen. De deelschoolcoördinatoren kunnen hen te hulp roepen, maar leerlingen kunnen ook zelf naar hun toe stappen.
|