Herkansen plicht of recht? Wanneer leerlingen in klas 1 en 2 voor een aftekening een 5.4 of lager halen, zijn zij verplicht deze te herkansen. Cijfers 5.5 t/m 5.9 mogen worden herkanst. In dit geval telt het cijfer van de herkansing alleen mee als het hoger is dan het eerste. Vervolgens telt het gemiddelde van beide cijfers mee voor het rapport. De herkansing moet dan wel in dezelfde rapportperiode worden gemaakt. Herkansingen moeten binnen een bepaalde periode worden gemaakt. Alleen als de herkansing vóór het einde van de rapportperiode wordt gemaakt, telt het herkansingscijfer nog mee voor het rapport. Als een onvoldoende gemaakte aftekening niet vóór het eerstvolgende tussenrapport wordt herkanst, dan wordt de herkansing omgezet in een achterstand. Vanaf klas 3 bestaat er geen herkansingsplicht meer. Alle cijfers lager dan een 6 mogen worden herkanst. Als een leerling een onvoldoende gemaakte aftekening niet herkanst, heeft hij voor dit leerstofonderdeel een achterstand. Alle aftekeningen moeten wel minimaal één keer worden gemaakt.
Aftekenen van de proef Alle aftekeningen van een vak samen vormen de proef. Een proef is behaald als ten hoogste één aftekening niet is afgetekend. Bij een proef van tien aftekeningen of meer mogen ten hoogste twee aftekeningen niet zijn afgetekend. Wanneer een leerling aan het einde van het schooljaar wel voldoet aan het cijfercriterium, maar niet aan het proevencriterium, kan de docentenvergadering hem in staat stellen tijdens de inhaaldagen één of meer proeven te ‘repareren’. Leerlingen met veel herkansingen en/of achterstanden kunnen verplicht worden op de dagen vóór de inhaaldagen op school extra te studeren.
Over het opgeven en maken van aftekeningen bestaan schoolbrede afspraken. Deze zijn te vinden op de pagina Regels & Afspraken. Zodoende komt niemand voor verrassingen te staan.
5,5 = onvoldoende Binnen het aftekensysteem worden cijfers vanaf 5,5 afgetekend. Daarmee zou onbedoeld de indruk kunnen ontstaan dat een 5,5 een voldoende is. Dat is niet het geval. We tekenen het onderdeel echter wel af omdat leerlingen in staat gesteld worden met de volgende aftekening dit cijfer op te halen. Bij het eindrapport worden cijfers (net als bij het eindexamen) afgerond op hele en halve cijfers. Een gemiddelde van 5,75 wordt dan een 6, en is voldoende. Een 5,74 wordt een 5,5 en is dus onvoldoende.
Rapport en overgang Drie keer per jaar wordt een rapport uitgereikt, waarop tevens eventuele herkansingen en achterstanden vermeld staan. De overgang naar een volgend leerjaar vindt plaats op grond van het overgangsrapport, ook wel ‘vierde rapport’ genoemd. De cijfers van dit rapport worden berekend met behulp van de volgende formule: één keer het cijfer van het eerste rapport plus twee keer het cijfer van het tweede rapport plus twee keer het cijfer van het derde rapport gedeeld door vijf. Om bevorderd te worden moet het overgangsrapport aan een aantal criteria voldoen die per leerjaar zijn beschreven.
Klik hier voor de overgangsnormen van leerjaar 1 Klik hier voor de overgangsnormen van leerjaar 2 Klik hier voor de overgangsnormen van leerjaar 3 Klik hier voor de slaagregeling 4mavo
|