Aftekeningen en herkansingen
Proefwerken op Duinzigt noemen we ‘aftekeningen’. Als een leerling een leerstofonderdeel voldoende beheerst, wordt dat afgetekend in een speciaal daarvoor bestemd ‘aftekenschrift’. Als een leerling voor een onderdeel een onvoldoende haalt, krijgt hij een ‘herkansing’. Als hij hiervoor nu wel een voldoende haalt, wordt het onderdeel alsnog afgetekend. Als de herkansing ook onvoldoende is, spreken we van een ‘achterstand’. Ook als een leerling niet binnen de daarvoor gestelde periode herkanst, wordt de herkansing een achterstand. Het gemiddelde van de twee cijfers telt mee voor het rapport.
In de onderbouw zijn leerlingen verplicht onvoldoende gemaakte aftekeningen te herkansen. Vanaf klas 3 hebben leerlingen het recht om aftekeningen te herkansen.

Proef en aftekenschrift
Alle aftekeningen van een vak vormen samen de ‘proef’. Alle leerlingen ontvangen een aftekenschrift, waarin alle proeven van een leerjaar vermeld staan. Telkens als leerlingen cijfers terugkrijgen, noteren zij deze in het aftekenschrift. Op deze wijze kunnen leerlingen, ouders en mentoren voortdurend op de hoogte blijven van de voortgang. Aan het eind van het schooljaar wordt voor ieder vak gekeken of er voldoende leerstofonderdelen zijn afgetekend. Als dit het geval is, is de leerling voor dat vak ‘geslaagd’.

I-uren
Over het algemeen zal een leerling voordat hij een aftekening gaat herkansen, eerst een ‘i-uur’ volgen. Deze (individuele) begeleidingsuren vinden plaats aan het begin en aan het einde van de schooldag. I-uren worden gebruikt voor extra uitleg en oefening, maar ook voor hulp bij een goede huiswerkaanpak. De i-uren worden ook gebruikt voor het herkansen van aftekeningen. Dat gebeurt in een apart lokaal, dat bekend staat als ‘de studieruimte’.